Bleekneusjes Bleekneusjes – vakantiekolonies in Nederland 1883 – 1970
Arme stakkertjes, dat waren het. De 19e eeuwse kindertjes uit de achterstandswijken. Ze kregen onvoldoende te eten, kenden geen vakantie en waren door hun zwakke gestel zeer vatbaar voor besmettelijke ziektes als Tyfus en TBC.
Arme stakkertjes, dat waren het. De 19e eeuwse kindertjes uit de achterstandswijken. Ze kregen onvoldoende te eten, kenden geen vakantie en waren door hun zwakke gestel zeer vatbaar voor besmettelijke ziektes als Tyfus en TBC. Aan het eind van de 19e eeuw stelde een groep deskundigen dat de slechte leefomstandigheden van deze kinderen een nationaal probleem was geworden. Een ongezond deel van het volk betekende immers een risico voor het hele land. Vandaar dat deze hygiënisten ervoor pleitten de zwakke kinderen voor langere tijd op het gezonde platteland te laten wonen. Daar kregen ze gezond voedsel, een frisse wind om de oren, een tandenborstel en een aantal begeleiders die ze leerden rechtop te lopen en Algemeen Beschaafd Nederlands te praten. Kortom: hier werd geschaafd aan gezondheid én beschaving. Het boek ‘Bleekneusjes’ behandelt de geschiedenis van de vakantiekolonies in Nederland vanaf 1883 tot 1970. Er wordt uitvoerig ingegaan op de ontstaansgeschiedenis en in een aantal aparte hoofdstukken lezen we persoonlijke geschiedenissen van kinderen en begeleiders. Daarnaast wordt ingegaan op de strenge leefregels, de verschillende activiteiten en het uitgebalanceerde voedsel dat er geserveerd werd. Door de mengeling van thematische en historische hoofdstukken is er wel sprake van dubbele informatie, die bij het aan een stuk lezen van het boek een beetje begint te irriteren. Vandaar dat ik heb besloten dat het een bladerboek is. Zo een dat je op de keukentafel laat slingeren en waar je af en toe in rondleest. Want dan kom je toch erg mooie of schrijnende verhalen tegen. Zo was er een koloniehuis dat Trein 8.28 heette. Dit huis was ontstaan nadat een treinpassagier in de krant een stuk had gelezen over de arme kindertjes in zijn stad. Hij besloot daarop zijn medepassagiers te vragen iedere week een dubbeltje voor een vakantieoord opzij te zetten. En zo geschiedde. Een aantal jaren later werd er met de forensendubbeltjes een prachtig koloniehuis in Petten neergezet. In de kleine commentaren die uit diverse archieven gehaald zijn komt het overdreven strenge, en daardoor vaak barbaarse, regime naar voren: ‘Ik heb een keer overgegeven en toen werd het eten met een sorot klismaspuit in mijn keel teruggeduwd. Er was één zuster die daarop ‘gespecialiseerd’ was. Sorry, maar het is waar.’ Naast het ‘moeten’ eten vallen een aantal andere vreemde regels in het oog. De kinderen kregen bij een bezoek aan het toilet maar twee velletjes toiletpapier. Ook was iedereen verplicht om op de rechterzijde in slaap te vallen. En als je in de loop van de nacht op je linkerzijde terecht was gekomen werd je door de ‘wacht’ wakker gemaakt. Deze nachtzuster wist niet dat het een kulargument was dat het slapen op de rechterzijde beter voor je hart zou zijn. Het ging er gewoon om dat de kinderen tijdens het inslapen niet met elkaar konden praten! Het succes van het verblijf werd gemeten in het aantal ponden dat een kind tijdens het verblijf aankwam. Wie niet genoeg kilootjes erbij had gegeten moest na een verblijf van 6 weken vaak nog 3 weken langer blijven. Vandaar dat het wekelijkse wegen een bijzondere activiteit was: ‘Voordat we gewogen werden, moesten we verplicht naar de wc. Dan zeiden we tegen de leidster dat het niet ging, omdat we dachten dat we meer zouden wegen als we daarvoor niet naar de wc gingen. De leidster ging dan tekeer en zei dat je ontlasting niet meewoog.’ Maar er zijn ook genoeg mooie herinneringen, zij het duidelijk minder: ‘Ik vond het al met al heel leuk. Ik heb me zelfs op de wc opgesloten, omdat ik wilde blijven. De mevrouw die mij kwam ophalen heeft heel wat moeten praten om mij mee te krijgen.’ Titel: Bleekneusjes – vakantiekolonies in Nederland 1883 – 1970 Auteurs: M. Swankhuisen e.a. Uitgeverij: Thoth | |  |